De grote kloof tussen Bestuurder(overheid)-bouwwereld en de burger. (I)




De bebouwde omgeving verbruikt veel energie.
Er is energie nodig om een huis te bouwen of verbouwen, verwarmen, verlichten etc.
De overheid probeert via bouweisen ervoor te zorgen dat nieuwbouw minder energie vraagt ten opzichte van de bestaande bouw. Dit beleid is niet nieuw, alleen worden de eisen telkens wat opgeschroefd. Huizen gebruiken nog steeds (te) veel energie. Burgers worden aangemoedigd om hun bestaande huizen te verbeteren zodat ze minder energie gebruiken. Huis vol Energie en Energiesprong zijn initiatieven van de overheid om dit proces te bevorderen. 
De bestuurders en mensen uit het veld werken met allerlei begrippen die de gemiddelde burger weinig zullen zeggen. Zo is enkele jaren geleden de term gebouwgebonden energie bedacht. Als je op internet zoekt kom je verschillende definities van dit begrip tegen. In een brochure van TNO wordt het begrip als volgt omschreven: 'Gebouwgebonden energiegebruik wordt volgens de nieuwe energieprestatienorm NEN7120 (EPG) onderscheiden in de volgende categorieën: verwarming, bevochtiging, koeling, ontvochtiging, ventilatoren, verlichting, warm tapwater en het totaal aan daarbij gebruikte hulpenergie'. Al het overige energiegebruik wordt als gebruikergebonden energiegebruik beschouwd. Het gebruikergebonden energiegebruik bedraagt volgens deze brochure in een nieuwbouwwoning ongeveer 40% van het energiegebruik.
Er wordt dus een zeer kunstmatig onderscheid gemaakt tussen energieverbruik dat aan de gebruiker, zeg maar bewoner, is gerelateerd en dat deel dat meer wordt beïnvloed door het huis. Het deel dat aan de bewoner wordt toegerekend betreft dan vooral zaken die 'los'  in het huis aanwezig zijn, zoals TV, koelkast, wasmachine, PC, keuken apparatuur, etc. Vanuit de bouwwereld gedacht is dit onderscheid niet geheel onlogisch. Een huis wordt opgeleverd met een zekere mate van isolatie en een verwarming- en ventilatiesysteem. Dit zijn ook zaken die aan door de overheid gestelde minimum normen moeten voldoen, en waar de bouwwereld direct mee te maken heeft.
De opsplitsing in de twee groepen energieverbruik is echter kunstmatig en  de termen die hiervoor gebruikt worden zijn eerder verwarrend dan eenduidig. Verwarming en ventilatie zijn net zo goed verbonden met de bewoner. Als er geen bewoner is dan is er ook geen of nauwelijks behoefte aan verwarming en ventilatie. De rekening voor alle energie die verbruikt wordt in het huis komt ook voor rekening van de bewoner en de bewoner kan het energieverbruik van beide categorieën zelf ook beïnvloeden. Het is voor de bewoner ook vrijwel ondoenlijk om het totale energieverbruik in huis te verdelen over deze twee categorieën. Als U de term gebouwgebonden energie tegenkomt weet U nu iets meer waar dat idee vandaan komt en dat het voor de burger van niet al te grote praktische betekenis is.
In de volgende blog zal ik de kloof tussen burger en bestuurder wat betreft het veel gebruikte begrip energieneutraal bespreken. Op deze site heeft Ronald Serné, winnaar pionierschap 2012, eerder al aandacht gevraagd voor dit begrip. Op deze site (huisvolenergie.nl) staan al veel huizen die verklaren dat ze energieneutraal zijn. Het zal echter blijken dat er momenteel geen duidelijke definitie is van dit inmiddels veel gehanteerde begrip. Wordt vervolgd.

 

Reactie toevoegen